Brexit-moe

01-11-2019

Een halve week op dit eiland en ook ik ben Brexit-moe. Mensen reageren op mijn vragen met een verbeten lach. De een lacht wat oprechter dan de ander, maar ongeacht wat, komen dezelfde trefwoorden terug: tired, bored, joke. Men vreest keihard door de wereld uitgelachen te worden, zichzelf voor schut te zetten, of lacht neerbuigend om hun eigen leiders.

Het gebrek aan leiderschap, de leugens, de verwarring, dat je niemand kunt vertrouwen. Ook dat komt terug.

Iemand zegt: “Het zou moeten gaan over onderwijs, gezondheidszorg, de verdeling van welvaart.” Iemand anders zegt: “In de bouwsector voelen we het nu al. Er wordt minder geïnvesteerd als men onzeker is. Ik denk dat het mogelijk is dat het dieptepunt nu is bereikt, ik weet niet of het slechter zou worden als de deur definitief sluit.” En iemand anders: “Ik stem straks Labour, maar ik hoop dat ze verliezen.”

Het is dus niet te volgen en oersaai. Niemand weet concreet te maken hoe dit hele Brexit-gebeuren aansluit op hun eigen leven. Alsof het zich in een parallel en abstract universum afspeelt, een sprookjesland bewoond door pluisharige politici.

Op de Brexit-datum, 31 oktober, wordt in Schotland Halloween gevierd. Dat realiseer ik me als ik ‘s ochtends langs een man loop, die voorovergebogen over een tafeltje hangt. Zijn lange grijze lokken verbergen zijn gezicht en zijn zwarte gewaad maakt me bang. Het lijkt een dode, waar niemand aandacht aan schenkt. Is die Brexit niet precies zo’n gekke verkleedpartij? Een komedie, een geestverschijning, een dikke spin waar je even van schrikt en dan opgelucht vaststelt dat hij van plastic is.

Mevrouw zonder hondje

01-11-2019

De mevrouw tegenover mij heeft haar pony geföhnd. Haar beleefde lach onthult een gebit dat zo egaal van kleur is, dat het niet het origineel kan zijn bij haar 78 jaar. We lunchen in het centrum van Carlisle, waar een aanzienlijke meerderheid in 2016 voor ‘leave’ stemde.

Ik ben hier een keer extra uit de trein gestapt, omdat het me niet lukt leave-stemmers te spreken. Elke toevallige voorbijganger die ik aanspreek, iedereen waar ik naast ga zitten en een praatje mee begin, gehuld in beroepsuniform of vrije tijdskleding, in de toerisme-industrie, zelf binnenlands toerist, of gewoon thuis hier, niemand van hen doet een duidelijk leave-standpunt uit de doeken.

Terwijl ik wacht op mijn gepofte aardappel met Cumberland sausage, luister ik naar die oude mevrouw met gestifte lippen. Zonder hondje. Hoewel een donkerblonde poedel haar perfect zou passen. Ze woont hier elf mijl vandaan. Provinciestad Carlisle, waar in de hoofdstraat een jonge vrouw onvermoeibaar liedjes van Adèle over een bandje met begeleiding zingt (vol gevoel, maar net niet zuiver), is levenslang het centrum van haar wereld.

“Reis je alleen? Dapper hoor. Ik ben hier geboren. Ik ben nog nooit in Glasgow geweest. Maar ik moet erop uit. Gewoon even hier lunchen en wat winkelen.

Het is anders dan vroeger. Veel winkels zijn gesloten. Dat komt door de eigenaar van Newcastle, de voetbalclub. Die opent hier allemaal sportwinkels. Misschien vind jij dat soort zaken leuk, je bent nog jong. Maar voor mij is dat niks. En het grote warenhuis hierachter, dat is ook van hem. De lokale ondernemers zijn verdwenen.”

We kunnen het kasteel van Carlisle net niet zien door het beslagen raam. De fortificatie was ooit onderdeel van de muur van Hadrianus, de noordelijke grens van het Romeinse Rijk. Het was ook een militaire basis in de Eerste Wereldoorlog. Zijn we daarmee in Europa? Of plaatst dit het eiland er juist buiten? Heeft mijn disgenote eigenlijk gestemd?

“Je moet altijd stemmen, zeker. Ik hoop dat Johnson wint. Maar ik volg het niet zo. Mijn man is in augustus overleden. Daarom ben ik hier vandaag. Ik moet erop uit. Het is gratis voor mij met de bus. En de ham is goed hier.

Mijn man haalde voor de winter altijd de fontein uit elkaar, zodat die niet kapotvriest. Ik heb het voor het eerst zelf gedaan, dit keer. Het is behoorlijk zwaar. Je moet je voorstellen: het is helemaal van cement. Het is niks voor mij, maar ik zal straks wat hulp moeten vragen om hem in de schuur te zetten. Straks in de lente… hij is zo zwaar… ik vraag me af hoe ik hem dan weer ga aansluiten.”

We zijn in de eenentwintigste eeuw

30-10-2019

De huizen hier zijn smal en lang, van rode baksteen, met puntige daken. Alsof ze hoge voorhoofden hebben en op je neerkijken. Een meisje met betraand gezicht wandelt in haar schooluniform – bordeauxrood jasje en een rok – in hun schaduw, knisperend door een knapperig laagje kastanjebladeren. Een dubbeldekkerbus helt vervaarlijk schuin de hoek om. Een telefooncel is nog steeds niet geofferd aan ons mobiele tijdperk.

Groot-Brittannië doet me aan Wenen denken: een plek waar de negentiende eeuw nooit geëvenaard is, misschien wel nooit helemaal is gepasseerd. Alsof ze datende dertigers zijn, herhalen ze: ‘vroeger, toen was ik pas leuk!’

Wenen pronkt dagelijks met koffiehuizen vol intellectuelen, met gestorven musici, kunstenaars en hun theaters en musea. Hier lijkt het alsof alles gehecht is aan de mondiale handel en het vroeg-industriële straatbeeld dat in het verlengde daarvan ooit ontstond. Het betrof suiker, tabak en, gedurende de achttiende en een deel van de negentiende eeuw, meer dan de helft van de driemiljoen slaven die volgens het slavernijmuseum de Atlantische oceaan over werden gedwongen.

Wat gaan de Britten eigenlijk doen als straks de handel met Europa niet meer vanzelfsprekend is? De stewards van het cruiseschip aan de pier verzekeren me dat Boris bezig is een goede deal voor hen te sluiten (hoewel de huidige deal nog lang niet over handel gaat).

Hij draait zijn hoofd weg van het ginormous gevaarte, dat over iets minder dan een half uur naar Spanje vertrekt. “Europa heeft meer te verliezen dan wij. Anders hadden ze ons er al wel uit laten crashen. Maar kijk, er is alweer een extensie van de deadline. Ze zijn slechter af zonder ons. Alles komt hier vandaan! Auto’s? Worden hier geproduceerd en daarna naar het vasteland gebracht. Glas? Wordt hier geproduceerd. Olie, gas? Zelfde verhaal.”

Uit de portofoon klinken boodschappen die niet voor hen bedoeld zijn. Zijn collega neemt een trek van haar vaporizer. “We hebben er nog niet echt iets van gemerkt, maar ik denk dat het eerst slechter gaat voordat het beter wordt. De kosten van levensonderhoud gaan denk ik omhoog en onze salarissen niet. Maar het zal zich wel uitbalanceren, na een tijdje.”

Is Groot-Brittannië in hun ogen nog het centrum van de wereld, waar alles verder om draait? Niet helemaal, ze komen ook wel een ergens anders: “Ik was laatst in Kopenhagen. Leuke stad is dat! Alleen rijden ze allemaal aan de verkeerde kant hè?”

Het is een democratie, dus dan gaan we maar

29-10-2019

Luke, Liverpool, medewerker jeugdherberg:

“Mijn favoriete wandeling in Liverpool is langs het water. Het geld waarmee de Docks daar zijn vernieuwd komt van Europa. Onze centrale regering zou dat soort investeringen hier niet doen. Thatcher heeft ons destijds aangewezen als een gebied voor ‘managed decline’. Er zijn hier flinke rellen geweest.

Zelf ben ik vooral bang voor de toekomst van de gezondheidszorg. Ik vertrouw die Tories gewoon niet! Laatst hebben ze een motie verworpen, waarin vast zou worden gelegd om de NHS niet te verkopen. Zij willen de zorg het liefst aan de markt overlaten. Waarom zou je anders zo stemmen? Dat is niet hetzelfde als dat er meer geld naar de zorg zal gaan. Straks moeten we losse dealtjes gaan sluiten met de VS en andere landen. Dan krijgen die zeker allemaal een stukje van onze NHS?

Ik wil in de EU blijven. Maar het is democratie, dus het moet maar gebeuren. Tegelijkertijd wisten mensen in het eerste referendum niet waar ze exact voor stemden. Stel dat er een no deal komt, dan wordt het net zo’n afschuwelijke situatie als toen de mijnen sloten. Zeker de helft van de handel hier in het noord-westen, is met Europa.

De garanties dat er geen no deal-Brexit komt zijn inmiddels wel voldoende om verkiezingen te houden. Wat mij betreft wint Labour ze en sluit een nieuwe deal met de EU. Die leggen we dan voor in een tweede referendum. En dat is het dan: die deal, of we blijven definitief.”

Wisseltruc met paspoorten

28-10-2019

Een paar keer smeken om alsjeblieft voor te mogen in de (door mij met ongeveer een uur onderschatte) rij voor paspoorten en security op Schiphol en een ongeëvenaard sprintje met mijn bagage. De take-off van mijn Brexit-reis had weinig nodig. Het is 28 oktober 2019 en ik kan als vanouds zonder extra stempels, visa, of controle het vaste land van Europa af.

Eenmaal nahijgend in mijn stoel geschoven, tussen een vriendelijk glimlachende dame met hele dikke eyeliner en een gezette Indiër, laat die laatste niet na te benadrukken dat hij het hoogste belastingtarief betaalt en blijft terloops vermelden dat hij Nederlander is.

“Dit paspoort heb ik net twee weken”, glundert hij. Hij legt een glad, biometrische exemplaar naast zijn volgestempelde reisdocument uit India. Nog eens twee weken, dan moet hij die Indiase inleveren. Tegenwoordig moet je kiezen: Nederlander of iets anders. Brits of Europeaan.

Onder ons glinstert de Ierse Zee, met windparken en tankers en de landingsstrook. “Het is saai, in zo’n vliegtuig zitten. Ik reis veel. Nu naar Liverpool, straks een paar dagen voor meetings in Engeland, eind van de week terug naar Nederland. Vorige week was ik in Denemarken. Mijn bedrijf heeft het Europese deel volledig losgemaakt van het Britse. Verder merk ik niet zoveel van de Brexit.”

Die is dan ook meer van papier dan zijn beide paspoorten en net weer uitgesteld, van 31 oktober naar een datum in januari. Het lijkt er dus op dat ik voor mijn terugweg evenmin weinig te vrezen heb. Maar ik vraag me af of mijn buurman er op den duur geen spijt van gaat krijgen, die permanente wisseltruc met zijn paspoorten. Straks heeft hij fout gegokt, gaat Groot-Brittannië de banden met de Commonwealth weer aanhalen en wordt het als Indiër makkelijker erheen te reizen dan als Nederlander!

“Mocht ik mijn baan kwijtraken, dan kan ik in elk geval blijven. I’m Dutch.” Een visum geldt gedurende twee jaar en zijn baas regelt het. Misschien gaat hij ook wel in Dublin werken. Bij Google. Hij denkt dat ze hem daar wel willen.

Ankit, 39, tussen Amsterdam en Liverpool