Uitkering

11-02-2008

Maandenlang ziek zijn brengt mij in interessante situaties. Zo heb ik deze week geconstateerd dat mij slechts schulden resten en besloten een beroep te doen op de Nederlandse welvaartsstaat. Prompt wachtte me een horde inquisiteurs die wilden weten hoe ik tot nu toe mijzelf had weten te onderhouden en of ik geen geheim eigen vermogen achterhield op de Kaaimaneilanden. Ik vatte de rol van verdachte-tenzij-anders-aangetoond lichtjes op, het is vast regel eerder dan uitzondering dat men het sociale stelsel tot het uiterste probeert te tarten. Vrolijk vulde ik een eindeloze stroom vragen in op een blitse internetsite, over mijn arbeidsverleden en -toekomst. Conform de dreigende geboden belde ik binnen twee dagen voor het maken van een afspraak. Een persoonlijk rendez-vous leek me een adequate stap na al die digitale communicatie.

Na veertig minuten tramzitten (enkele reis) werd ik binnengeleid bij een door het roken grauwgekleurde mevrouw, die mij drie vragen stelde (die ik al tweemaal eerder had beantwoord) en toen een vervolgafspraak wilde maken. Ik informeerde maar eens waarvoor de huidige afspraak eigenlijk diende?

Huishoudbeurs

01-03-2007

Het journaal bracht laatst belangrijk nieuws. Bezoeksters van de huishoudbeurs werd in een korte reportage gevraagd naar hun financiële geheimen. Uit onderzoek was namelijk gebleken dat vrijwel niemand volledige openheid over zijn financiën geeft. En inderdaad, desgevraagd bekenden de meeste vrouwen dat ze wel eens kassabonnetjes verscheurden of nieuwe kledingstukken een paar weken in de kast lieten hangen om vervolgens te zeggen: “oh, maar dat heb ik echt al heel lang!”

“Waarom dan?”, vroeg de nieuwsgierige reporter. “Omdat”, zo was het antwoord, “mijn man het nieuwgekochte anders vast veel te duur vindt.”