Weg uit Khorramabad

18-08-2008

We komen ’s ochtends om vijf uur, na een lange nacht in de bus, aan in Khorramabad, in de noord-westelijke provincie Lorestan. Het is een kille en opdringerige ontvangst hier. Taxichauffeurs die ons als hongerige haaien omsingelen en ons welgeteld 200 meter verderop voor een hotel uit de auto zetten voor 30.000 reaal (omgerekend drie dollar; je kunt hier voor dit bedrag met een beetje geluk 80 kilometer afleggen). Op ons protest volgt een verontwaardigd ‘benzin!’

Vertrouw op god

10-08-2008

Het zal menigeen verbazen hoe lang je over een kilometer of vijfhonderd kunt doen, zelfs als de weg verhard is. Ons record hier is zeventien uur, zonder vertraging. Het is maar goed dat ik in de nachtbus in slaap val, want als ik mijn ogen open heb raak ik in een panische staat, omdat ik zeker weet dat het niet lang meer kan duren voordat we een dodelijk ongeval gaan meemaken. Inspiratie om mijn doodsvisioenen te voeden krijg ik genoeg: als er zich niet een diep ravijn direct naast ons bevindt, dan rijden we wel over een weg die waarschijnlijk sinds voltooiing niet meer is onderhouden, met geslinger en gestuiter tot gevolg. Meestal wordt aan beide voorwaarden voldaan en is de enige beschikbare weg tweebaans, met een inhaalverbod waar niemand zich aan houdt. Geen wonder, want om de zoveel kilometer rijdt er een logge vrachtwagen niet harder dan 30 kilometer per uur op de rechterbaan.

Uitkering

11-02-2008

Maandenlang ziek zijn brengt mij in interessante situaties. Zo heb ik deze week geconstateerd dat mij slechts schulden resten en besloten een beroep te doen op de Nederlandse welvaartsstaat. Prompt wachtte me een horde inquisiteurs die wilden weten hoe ik tot nu toe mijzelf had weten te onderhouden en of ik geen geheim eigen vermogen achterhield op de Kaaimaneilanden. Ik vatte de rol van verdachte-tenzij-anders-aangetoond lichtjes op, het is vast regel eerder dan uitzondering dat men het sociale stelsel tot het uiterste probeert te tarten. Vrolijk vulde ik een eindeloze stroom vragen in op een blitse internetsite, over mijn arbeidsverleden en -toekomst. Conform de dreigende geboden belde ik binnen twee dagen voor het maken van een afspraak. Een persoonlijk rendez-vous leek me een adequate stap na al die digitale communicatie.

Na veertig minuten tramzitten (enkele reis) werd ik binnengeleid bij een door het roken grauwgekleurde mevrouw, die mij drie vragen stelde (die ik al tweemaal eerder had beantwoord) en toen een vervolgafspraak wilde maken. Ik informeerde maar eens waarvoor de huidige afspraak eigenlijk diende?

Servië VI: kokend

11-07-2007

Deze stad kookt. Zomers van gemiddeld dertig graden en straten geplaveid met asfalt laten de lucht trillen. Heel langzaam, want de lucht is zwaar van uitlaatgassen. Er rijden hier zoveel auto’s dat het voor voetgangers op plaatsen waar stoplichten ontbreken nauwelijks mogelijk is een zebrapad over te steken. Tot halverwege gaat nog, maar weinig dapper worden we vanaf daar weer naar de stoep gedreven waar we vandaan kwamen.

Wie gewend is geraakt aan het buitenland en terugkeert klaagt: het stinkt hier! Lopend over straat word je soms overvallen door de lucht van gistend vuilnis, nergens te zien, maar duidelijk in de buurt. Oksels van obers die al uren kopjes op tafel zetten zijn bedwelmend.

Te-goed

30-06-2007

Tussen de zich naar de trein spoedende medewerkers van ministeries die naar de achteringang van het station van Den Haag golfden, leek zijn kleding het meest passend bij het weer. Hoewel een tot de knie afgeknipte spijkerbroek natuurlijk na de jaren negentig zelden meer in het openbaar wordt gezien, zeker niet bij mannen met lange, grijze baarden.

Hij schudde met een kartonnen bekertje, precies bij de deur. Zijn gezicht was geplooid in diepe verontwaardiging en zelfs al was ik te ver om zijn woorden te kunnen verstaan, de toon waarop hij een tirade afstak leek met de stand van zijn wenkbrauwen in overeenstemming.